|
Uitvinderswerkzaamheid:
Om te bepalen of er sprake is van
uitvinderswerkzaamheid moeten we ons afvragen of de uitvinding
niet iets is dat "iedereen had kunnen bedenken". Als de
uitvinding slechts een voor de hand liggende combinatie van
bestaande technieken betreft, zal het moeilijk worden een
octrooi voor de rechtbank met succes te verdedigen.
In de ROW'95 is hierover vastgelegd:
Hoofdstuk 1 - Artikel 2 - Rijksoctrooiwet 1995:
Een uitvinding wordt als het resultaat van
uitvinderswerkzaamheid aangemerkt, indien zij voor een
deskundige niet op een voor de hand liggende wijze voortvloeit
uit de stand van de techniek. Indien documenten als bedoeld in
artikel 4, derde en vierde lid, tot de stand van de techniek
behoren, worden deze bij de beoordeling van de
uitvinderswerkzaamheid buiten beschouwing gelaten.
Een voorbeeld:
Als men op de glazen wanden van een bushalte
glasbreukmelders aan zou brengen en deze koppelen aan een
mobiele telefoon, zou een schade zonder vertraging aan de
glaszetter kunnen worden gemeld. Door middel van
nummerherkenning zou de glaszetter de locatie van de bushalte en
de gebruikte glasformaten kunnen bepalen en direct uitrukken om
de zaak te repareren.
Erg handig maar het betreft hier een (voor de auteur!!!) voor de
hand liggende combinatie van bestaande technieken en het is
danook de vraag of een octrooi met succes verdedigd zou
kunnen worden.
Maar... als de uitvinder een koppeling tussen glasbreukmelder en
mobiele telefoon heeft bedacht die wél op uitvinderswerkzaamheid
berust (inventief is), dan ligt de zaak natuurlijk weer heel
anders.
Een octrooigemachtigde kan u vertellen of het zinvol is om een
octrooi aan te vragen.
|