| |
|
Hoofdstuk 1 - Artikel 3 - Rijksoctrooiwet 1995
| 1. |
Niet vatbaar voor octrooi zijn:
| a. |
uitvindingen waarvan de commerciële
exploitatie in strijd zou zijn met de openbare orde
of goede zeden,
|
| b. |
het menselijk lichaam in de
verschillende stadia van zijn vorming en zijn
ontwikkeling, alsmede de loutere ontdekking van een
van de delen ervan, met inbegrip van een sequentie
of partiële sequentie van een gen,
|
| c. |
planten- of dierenrassen,
|
| d. |
werkwijzen van wezenlijk biologische
aard, geheel bestaand uit natuurlijke verschijnselen
zoals kruisingen of selecties, voor de voortbrenging
van planten of dieren alsmede de hierdoor verkregen
voortbrengselen,
|
| e. |
uitvindingen waardoor inbreuk wordt
gemaakt op de artikelen 3, 8, onderdeel j, 15,
vijfde lid, en 16, vijfde lid, van het
Biodiversiteitsverdrag;
|
| f. |
methoden van behandeling van het
menselijke of dierlijke lichaam door chirurgische
ingrepen of geneeskundige behandeling en
diagnosemethoden die worden toegepast op het
menselijke of dierlijke lichaam, met uitzondering
van voortbrengselen, met name stoffen of
samenstellingen, voor de toepassing van een van deze
methoden.
|
|
| 2. |
Onder uitvindingen waarvan de commerciële
exploitatie in strijd zou zijn met de openbare orde of goede
zeden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden in
ieder geval verstaan:
| a. |
werkwijzen voor het klonen van mensen,
|
| b. |
werkwijzen tot wijziging van de
germinale genetische identiteit van de mens,
|
| c. |
het gebruik van menselijke embryo's,
|
| d. |
werkwijzen tot wijziging van de
genetische identiteit van dieren die geëigend zijn
deze te doen lijden zonder aanzienlijk medisch nut
voor mens of dier op te leveren, alsmede de hierdoor
verkregen voortbrengselen en
|
| e. |
werkwijzen die het leven of de
gezondheid van mensen, dieren of planten in gevaar
brengen of die ernstige schade voor het milieu
veroorzaken.
|
|
| 3. |
Commerciële exploitatie van een uitvinding is
niet strijdig met de openbare orde of goede zeden op grond
van het loutere feit dat de exploitatie bij of krachtens
wettelijk voorschrift is verboden.
|
| 4. |
Bij algemene maatregel van rijksbestuur kan de
lijst, bedoeld in het tweede lid, worden aangevuld met
andere uitvindingen waarvan de commerciële exploitatie in
strijd wordt geacht met de openbare orde of de goede zeden.
|
|
|
|